Daan de VriesVIEW PROFILE →
Het einde van een tijdperk: hoe de Nederlandse staat stap voor stap afscheid neemt van ABN AMRO
Bijna twintig jaar na de crisis-redding bouwt de Nederlandse staat zijn belang in ABN AMRO gestaag af. Via NLFI daalde het aandeel al tot 40,5 procent, en de volgende halte is ongeveer 30 procent. Een blik op de trage maar zekere terugtocht van de overheid uit de bank.
Het is een van de langst lopende financiële dossiers van Nederland, een direct overblijfsel van de grote financiële crisis van bijna twee decennia geleden. Toen de staat destijds ABN AMRO overnam om de bank van de ondergang te redden, was de belofte helder, namelijk dat de overheid ooit weer volledig afscheid zou nemen. Die belofte wordt nu, stap voor stap, langzaam maar zeker ingelost.
Het belang daalt gestaag
De afbouw van het staatsbelang in de bank verloopt via een speciaal daarvoor opgericht orgaan, dat luistert naar de naam NLFI, voluit NL Financial Investments. Recentelijk heeft de Nederlandse overheid via dit vehikel voor een bedrag van ongeveer één komma één zeven miljard euro aan aandelen in ABN AMRO verkocht, een aanzienlijke transactie die de nodige aandacht trok op de financiële markten.
Als direct gevolg van deze grote verkoop is het belang van de staat in de bank verder teruggelopen naar een niveau van veertig komma vijf procent. Daarmee zakt het aandeel van de overheid steeds verder weg van de meerderheidspositie die zij ooit innam, en dit past naadloos in het bredere plan om de bank uiteindelijk volledig te privatiseren en terug te geven aan de markt.

Op weg naar dertig procent
De ambities van de staat om zich terug te trekken houden echter niet op bij dit huidige niveau, want de plannen reiken duidelijk verder de toekomst in. NLFI heeft namelijk zijn voornemen kenbaar gemaakt om het belang nog verder af te bouwen, met als concreet doel om het huidige aandeel van veertig komma vijf procent terug te brengen tot een niveau van ongeveer dertig procent.
Om deze verdere verkoop op een ordelijke en beheerste manier te laten verlopen, is gekozen voor een specifieke en zorgvuldige aanpak. De afbouw zal namelijk plaatsvinden via een vooraf vastgesteld handelsplan, een methode die ervoor zorgt dat de verkoop van de aandelen geleidelijk en voorspelbaar verloopt, zonder de koers van het aandeel of de bredere markt onnodig te verstoren.
De bank koopt mee
Interessant genoeg speelt niet alleen de staat een actieve rol in dit hele proces, maar ook de bank zelf draagt haar steentje bij aan de afbouw. ABN AMRO heeft in maart van dit jaar namelijk een programma aangekondigd om eigen aandelen terug te kopen, met een omvang die kan oplopen tot een bedrag van maar liefst tweehonderdvijftig miljoen euro, wat het proces extra ondersteunt.
Dergelijke inkoopprogramma's zijn een gangbaar instrument waarmee bedrijven waarde teruggeven aan hun aandeelhouders en het aantal uitstaande aandelen verminderen. In dit specifieke geval biedt het de staat, via NLFI, een extra en efficiënt kanaal om een deel van zijn resterende aandelenpakket af te stoten, wat de gestage terugtocht van de overheid uit de bank verder helpt versnellen.
Een verschuiving in de macht
Naarmate het belang van de staat verder afneemt, verandert onvermijdelijk ook de aard van de relatie tussen de overheid en de bank die zij ooit volledig in handen had. Een concreet voorbeeld hiervan betreft de zogenaamde informatierechten, de bijzondere rechten die de staat heeft op inzage in de gang van zaken bij de bank, die opnieuw tegen het licht worden gehouden.
Er is namelijk afgesproken dat wanneer het belang van NLFI onder een grens van vijftien procent zou zakken, deze specifieke informatierechten niet langer automatisch gelden, maar te goeder trouw opnieuw zullen worden overeengekomen. Dit detail illustreert treffend hoe de invloed van de staat op de bank stap voor stap wordt afgebouwd, parallel aan de verkoop van de aandelen.
Terug naar de markt
Het hele traject rond ABN AMRO vormt een fascinerend hoofdstuk in de recente economische geschiedenis van Nederland, dat de brug slaat tussen crisis en herstel. Wat begon als een noodgreep om het financiële systeem in tijden van paniek overeind te houden, mondt nu geleidelijk uit in een geordende terugkeer van de bank naar de private markt, precies zoals ooit was beloofd.
Voor de belastingbetaler en de bredere economie is de definitieve afronding van dit dossier van grote symbolische waarde, want het markeert het einde van een uitzonderlijke periode. Hoewel de laatste stappen nog gezet moeten worden, is de richting inmiddels onmiskenbaar, en komt het moment waarop de staat volledig afscheid neemt van ABN AMRO steeds dichterbij op de horizon.






