Daan de VriesVIEW PROFILE →
Nederlandse economie groeit gestaag door: 0,4 procent groei in het tweede kwartaal van 2026
De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent gegroeid, meldt het CBS. De groei wordt gedragen door de consumptie van huishoudens en de overheid, terwijl de bouwsector als enige kromp.
De Nederlandse economie blijft in 2026 een beeld van langzame maar gestage groei laten zien. Ondanks aanhoudende onrust in de wereld houdt de economie stand en blijft ze vooruitgaan. Nieuwe cijfers bevestigen dat de groei doorzet, zij het in een bescheiden tempo. Voor een open economie als de Nederlandse, die sterk afhankelijk is van internationale handel, is dat allesbehalve vanzelfsprekend.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, het CBS, groeide het bruto binnenlands product in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Daarmee lag de groei nog iets hoger dan in het eerste kwartaal, toen de economie met 0,3 procent toenam. Vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder kwam de groei uit op 1,3 procent. De cijfers schetsen het beeld van een economie die stabiel blijft presteren.
De belangrijkste aanjagers van deze groei waren de bestedingen van huishoudens en de overheid. Juist de binnenlandse consumptie zorgde ervoor dat de economie bleef draaien in een onzekere internationale omgeving. Dat maakt de groei in dit kwartaal iets minder afhankelijk van de grillen van de wereldhandel. Het laat zien dat de kracht van de economie voor een deel van binnenuit komt.
Consumptie als motor

De consumptie door huishoudens nam met 0,5 procent toe ten opzichte van het vorige kwartaal. Volgens het CBS gaven consumenten vooral meer uit aan personenauto's en aan voedings- en genotmiddelen. Deze extra bestedingen vormden een stevige basis onder de economische groei. Wanneer huishoudens vertrouwen hebben en blijven kopen, profiteert de bredere economie daar direct van.
Ook de overheid droeg bij aan de groei van de economie. De overheidsconsumptie steeg met 0,4 procent ten opzichte van het vorige kwartaal, vooral door hogere uitgaven aan zorg en lonen. Op jaarbasis lag de publieke consumptie zelfs 2,5 procent hoger. Samen met de particuliere bestedingen vormde de overheid zo een tweede belangrijke pijler onder het herstel.
Het bbp groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent ten opzichte van het vorige kwartaal en met 1,3 procent op jaarbasis.
Handel en sectoren
Als handelsland blijft de internationale handel voor Nederland van groot belang. In het tweede kwartaal steeg de export met 1,2 procent ten opzichte van het vorige kwartaal, terwijl de import met 1,4 procent toenam. Doordat de invoer sterker groeide dan de uitvoer, viel het handelssaldo licht negatief uit. Op jaarbasis lag de export 2,5 procent hoger en de import 2,1 procent.
Kijkend naar de verschillende bedrijfstakken valt op dat vooral de dienstensectoren het goed deden. De handel, de horeca en de sector vervoer en opslag groeiden het sterkst, met een toename van 1,8 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Ook de industrie liet met een groei van 1,5 procent een solide prestatie zien. Deze sectoren vormden gezamenlijk de ruggengraat van de economische groei in dit kwartaal.
Niet elke sector deelde echter mee in de vooruitgang. De bouwsector was in dit kwartaal de opvallende uitzondering, met een krimp van 0,8 procent. Terwijl de rest van de economie groeide, moest de bouw juist een stap terug doen. Dit maakt de sector een aandachtspunt voor economen, zeker gezien de grote vraag naar woningen in Nederland.
Vooruitblik
Voor het hele jaar 2026 wijzen ramingen op een voortgaande, gematigde groei van de Nederlandse economie. Volgens berekeningen van een economisch instituut zou het bbp dit jaar met ongeveer 1,4 procent kunnen toenemen, gevolgd door een groei van rond de 1,1 procent in 2027. Deze verwachting steunt vooral op de stijgende bestedingen van huishoudens en de toenemende overheidsuitgaven. Het beeld blijft er dus een van bescheiden maar aanhoudende groei.
Tegelijkertijd is er een duidelijke keerzijde waar huishoudens de gevolgen van voelen. De inflatie wordt in 2026 naar verwachting opgestuwd tot ongeveer 3,2 procent, vooral als gevolg van hogere energieprijzen. Zulke prijsstijgingen tasten de koopkracht aan en kunnen op termijn de consumptie afremmen. Juist omdat de groei nu zo sterk op bestedingen leunt, is de ontwikkeling van de inflatie een belangrijke factor om in de gaten te houden.
Alles bij elkaar genomen laat de Nederlandse economie in 2026 een beeld van veerkracht zien. Ondanks wereldwijde onrust, waaronder conflicten die transportroutes verstoren, blijft de groei traag maar stabiel doorzetten. De binnenlandse consumptie fungeert daarbij als de belangrijkste motor van de economie. De zwakte in de bouw en de oplopende inflatie zijn de voornaamste punten van zorg die de komende kwartalen bepalend kunnen zijn.





