Daan de VriesVIEW PROFILE →
Nederlandse economie schakelt terug in 2026, maar een recessie blijft uit
De Nederlandsche Bank verwacht in 2026 nog maar 0,8 procent groei, duidelijk minder dan in 2025. Toch blijft een krimp uit. Inflatie en geopolitiek bepalen hoe stevig het herstel daarna wordt.
De Nederlandse economie schakelt in 2026 een tandje terug, maar het somberste scenario blijft ons bespaard. Dat is in het kort de boodschap van De Nederlandsche Bank in haar meest recente vooruitblik. Na een aantal jaren met stevige schommelingen belandt de economie in rustiger, maar ook trager vaarwater. Voor huishoudens en bedrijven betekent dat vooral onzekerheid over hoe lang deze fase van lage groei precies zal duren.
De cijfers laten de vertraging duidelijk zien. DNB rekent voor 2026 op een economische groei van slechts 0,8 procent, waarna het herstel voorzichtig aantrekt tot 1,2 procent in 2027 en 1,3 procent in 2028. Vergeleken met het momentum van 2025 is dat een merkbare afkoeling. De economie groeit dus nog wel, maar in een tempo dat nauwelijks als krachtig kan worden omschreven.
Cruciaal is dat DNB geen krimp verwacht. Met de woorden dat het ergste ons bespaard blijft, benadrukt de bank dat het hier gaat om een afkoeling en niet om een crisis. Dat onderscheid is belangrijk, omdat een lage groei heel iets anders is dan een recessie met oplopende werkloosheid en dalende bestedingen. Nederland balanceert in 2026 dus op een dunne, maar nog altijd positieve lijn.
De oorzaken van de vertraging liggen deels buiten onze grenzen. DNB wijst nadrukkelijk op de onrust in de wereld als een belangrijke rem op de groei. Daarnaast koelt de arbeidsmarkt geleidelijk af en verliest de economie een deel van haar eerdere vaart. De combinatie van geopolitieke spanning en een afzwakkende binnenlandse motor drukt zo op de vooruitzichten voor het lopende jaar.
Inflatie blijft hardnekkig
Tegelijk blijft de inflatie een gevoelig thema. DNB gaat voor heel 2026 uit van een gemiddelde inflatie van 2,7 procent, terwijl de prijzen in juli 2026 al met 3,0 procent stegen ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee zit de inflatie nog altijd boven de doelstelling van 2 procent die centrale banken hanteren. Pas in de jaren daarna verwacht DNB een afname, naar 2,3 procent in 2027 en 2,4 procent in 2028.
Voor de portemonnee van de gemiddelde Nederlander is de loonontwikkeling minstens zo belangrijk. De lonen stijgen in 2026 nog met ongeveer 4,0 procent, wat betekent dat ze harder toenemen dan de prijzen en de koopkracht dus enige ruimte krijgt. In de jaren erna vlakt die loongroei echter af. Het herstel van de koopkracht is daarmee reëel, maar tegelijk fragiel en afhankelijk van hoe de prijzen zich verder ontwikkelen.
DNB rekent voor 2026 op 0,8 procent groei, maar benadrukt dat een krimp uitblijft.
De hardnekkige inflatie heeft ook gevolgen voor het rentebeleid. Nadat de inflatie sinds het bereiken van de 2 procent in juli 2025 weer wat opliep, verhoogde de Europese Centrale Bank in juni 2026 de rente naar 2,25 procent. Een hogere rente maakt lenen duurder en remt daarmee investeringen, consumptie en de huizenmarkt af. Het monetaire beleid werkt zo als een extra factor die de groei tijdelijk drukt.
Beurs houdt relatief goed stand

Ondanks de gematigde economische vooruitzichten toont de Amsterdamse beurs zich veerkrachtig. De AEX presteert relatief goed vergeleken met de rest van Europa, gedragen door een positief sentiment rond technologieaandelen. Vooral de halfgeleiderbedrijven zoals ASML, ASMI en Besi wonnen terrein, met koerswinsten van twee tot drie procent op dagen met gunstig nieuws. De sterke chipsector blijft daarmee een belangrijke steunpilaar voor het Damrak.
Voor de jaren na 2026 ziet DNB voorzichtig lichtpunten aan de horizon. Dalende energieprijzen, een toenemend vertrouwen en een aantrekkende wereldhandel moeten het herstel in 2027 en 2028 dragen. Tegelijk waarschuwt de bank dat de duur en de intensiteit van het conflict in het Midden-Oosten een onzekere factor blijven, vooral via de energieprijzen. De vooruitzichten staan of vallen dus met de mate van rust in de wereld.
Onder de streep tekent zich voor Nederland een broos evenwicht af. De economie groeit trager, maar blijft stabiel, en de inflatie zakt slechts langzaam richting de doelstelling. Of 2026 uiteindelijk wordt herinnerd als een adempauze of als het begin van een langere periode van lage groei, hangt vooral af van de inflatie en de geopolitiek. Voor huishoudens en ondernemers is voorzichtigheid daarom voorlopig het sleutelwoord.





